Virusziekten (Bladrol, M, X, A, Y, en S)

Virusziekten zijn ziekten waarmee op de eerste plaats de pootgoedteler heeft te maken. Bij de pootgoedteelt kunnen virusziekten deklasseringen of afkeuringen tot gevolg hebben. Zijn fabrieksaardappelen besmet met een of meer virussen dan is er kans op een meer of minder grote opbrengstderving.Veel virusziekten geven sterk afwijkende planten. Bij het beoordelen van virusziekten moet allereerst worden gelet op de verschillen die men in het veld kan aantreffen bij onderlinge vergelijking van gezonde en afwijkende planten. Aan de hand van symptomen, de kenmerkende ziekteverschijnselen, zal men moeten vaststellen met welk virus men te maken heeft. Daarbij is het vaak rasafhankelijk hoe de ziekteverschijnselen eruit zien. Vroeger ging men ervan uit, dat aardappelen die niet meer wilden groeien veroudering of degeneratie vertoonden. Nu is bekend dat deze degeneratie wordt veroorzaakt door een of andere virusziekte. Door echter jaar in jaar uit hoge eisen te stellen wat de kwaliteit van het pootgoed betreft kan het aardappelgewas gezond blijven.

Bladrol:

Een persistent virus dat zich bevindt in de diepere bladlagen, de zeefvaten. Dit virus verstopt de vaatbundels waardoor de plant niet goed meer groeit. De bladeren worden hard doordat de stoffen die zich daarin ophopen in de afvoer worden belemmerd. Hierbij rollen de onderste bladeren min of meer.

Y virus:

Een non-persistent virus dat zich in de oppervlakkige bladlaag bevindt. Dit virus is te herkennen aan een meer of minder bont in het blad. Van de virusziekten geeft het Y virus in Nederland de meeste problemen, als gevolg van klasseverlagingen en afkeuringen. Vooral bladluizen brengen het Y virus over.

Bij het Y virus wordt onderscheid gemaakt in drie groepen:
1. het oude Y virus, 2. het stippelstreepvirus en  3. het nieuwe Y virus.

ad. 1: Het oude Y virus geeft in het algemeen duidelijk zichtbare krinkelsymptomen, groeiremmingen of bont in het loof.
ad.2: Het stippelstreepvirus toont zich in veel aardappelrassen met necrotische stipjes en streepjes of bont.
ad. 3: Van het Yn-virus is bekend dat het bij afkiemen, snijden en wrijven van knol op knol kan worden overgedragen.  Yn-virus wordt vrijwel niet verspreid door direct contact tussen de onderlinge bladeren. Dit virus geeft een heel lichte bont in de aardappelplant dat hierdoor vaak moeilijk zichtbaar is.

Terug